Arbeidsongeval in detentie
Ook in een penitentiaire inrichting wordt gewerkt. Denk aan schoonmaakwerk, keukendiensten, wasserij, metaalbewerking of productie via In-Made. Voor gedetineerden is arbeid vaak een vast onderdeel van de dag en bedoeld als zinvolle dagbesteding en voorbereiding op terugkeer in de maatschappij. Maar wat als het tijdens dat werk misgaat en een gedetineerde letsel oploopt?
Die vraag stond centraal in een belangrijke zaak over een gedetineerde die tijdens werkzaamheden in de gevangenis ernstig handletsel opliep. Eerst oordeelde de rechtbank dat de Staat niet aansprakelijk was. In hoger beroep kwam het hof tot het tegenovergestelde oordeel. Dat maakt deze kwestie juridisch én praktisch heel relevant.
In deze blog leg ik uit waarom deze uitspraken belangrijk zijn en wat zij betekenen voor gedetineerden die tijdens hun werk in detentie letselschade oplopen.
Werken binnen de gevangenis
Binnen een penitentiaire inrichting kunnen gedetineerden verschillende soorten arbeid verrichten. Het kan gaan om werk op een werkzaal, een taak binnen de inrichting of productiewerk voor externe opdrachtgevers. Ook kan onder voorwaarden buiten de muren van de inrichting worden gewerkt.
Hoewel detentie natuurlijk geen gewone werksituatie is, lijkt dit werk in de praktijk vaak wél op gewone arbeid. Er worden taken verricht, er zijn instructies, er is toezicht en er staat een vergoeding tegenover. Juist daarom rijst de vraag of de Staat zich dan ook moet gedragen als een werkgever die moet zorgen voor een veilige werkplek.
Ook binnen de muren van een gevangenis moet arbeid veilig zijn.
Waarom dit juridisch belangrijk is
In het arbeidsrecht geldt een zware zorgplicht voor werkgevers. Kort gezegd moet een werkgever zorgen voor veilige machines, duidelijke instructies en voldoende toezicht. Gaat het toch mis tijdens het werk, dan is de werkgever vaak aansprakelijk, tenzij hij kan aantonen dat hij aan die zorgplicht heeft voldaan.
Voor slachtoffers is dat belangrijk, omdat hun bewijspositie daardoor veel sterker is. Je hoeft dan vooral te laten zien dat het ongeval tijdens het werk is gebeurd. Daarna is het aan de werkgever om uit te leggen waarom hij toch niet aansprakelijk is.
Als die zorgplicht ook voor de Staat zou gelden bij arbeid door gedetineerden, dan betekent dat een veel betere bescherming voor gedetineerden die tijdens hun werk letsel oplopen.
De zaak in Rotterdam
In de zaak waar deze publicatie over gaat, werkte een gedetineerde op de afdeling metaalbewerking. Tijdens het slijpen van metalen plaatjes met een bandschuurmachine raakte zijn linkerhand bekneld. Hij verloor daarbij twee vingers.
De gedetineerde stelde de Staat aansprakelijk. Hij deed daarbij een beroep op de zorgplicht die normaal voor werkgevers geldt. De rechtbank Rotterdam wees die vordering af. Volgens de rechtbank was geen sprake van een arbeidsovereenkomst en viel de gedetineerde ook niet onder de regeling voor mensen die wel werken, maar geen arbeidsovereenkomst hebben. Ook vond de rechtbank dat onvoldoende was gesteld om de Staat aansprakelijk te houden wegens onrechtmatig handelen.
Dat was een harde uitkomst. Juist iemand die binnen de muren van de gevangenis afhankelijk is van de Staat voor veilige arbeidsomstandigheden, bleef zo met lege handen staan.
Het hof oordeelt anders
In hoger beroep kwam het hof Den Haag tot een andere conclusie. Het hof oordeelde dat de Staat wél aansprakelijk was, omdat onvoldoende was gedaan om het werk veilig te laten verlopen.
Het hof vond onder meer van belang dat:
-
niet duidelijk was dat de machine vooraf goed was gecontroleerd
-
onvoldoende instructies waren gegeven
-
de verantwoordelijkheid voor veilige apparatuur primair bij de Staat lag
-
niet was onderbouwd dat het ongeval ook bij voldoende instructie zou zijn gebeurd
Opvallend is dat het hof daarbij redeneert in termen die sterk doen denken aan de zorgplicht van een werkgever. Denk aan toezicht, instructie, veilige apparatuur en verantwoordelijkheid voor de werkomgeving. Dat laat zien dat het hof veel gewicht toekent aan de beschermingsgedachte achter veilig werken.
Is dit werk juridisch arbeid
De kern van deze discussie is of arbeid in detentie juridisch dicht genoeg bij gewone arbeid ligt om de zorgplicht van de werkgever toe te passen.
Volgens deze publicatie is daar veel voor te zeggen. Gedetineerden verrichten immers arbeid die nuttig en waardevol is voor de inrichting of voor productiebedrijven die aan de inrichting verbonden zijn. Er is een vergoeding, er zijn afspraken, er is gezag en er wordt gewerkt binnen een strak georganiseerd systeem. In de praktijk lijkt dat sterk op een gewone werkrelatie.
Zelfs als je niet zou zeggen dat er een klassieke arbeidsovereenkomst bestaat, blijft nog steeds de vraag of gedetineerden vallen onder de regeling voor mensen die zonder arbeidsovereenkomst wel arbeid verrichten voor een ander. Ook daar biedt het recht juist bescherming aan mensen die voor hun veiligheid afhankelijk zijn van degene voor wie zij werken.
En precies dat is bij gedetineerden in sterke mate het geval.
Waarom dit voor slachtoffers telt
Voor gedetineerden die letsel oplopen tijdens hun werk is dit verschil enorm belangrijk. Als de zorgplicht van toepassing is, krijgen zij een veel gunstigere bewijspositie. Dat maakt het makkelijker om aansprakelijkheid van de Staat aan te tonen.
Zonder die bescherming wordt het voor gedetineerden juist heel lastig. Veel informatie zit immers bij de Staat zelf. Denk aan camerabeelden, interne meldingen, instructies, onderhoudsgegevens van machines en verklaringen van personeel. Die informatie is voor een gedetineerde niet eenvoudig te verkrijgen.
Daarom is het extra belangrijk om zo snel mogelijk bewijs veilig te stellen. Denk aan:
-
camerabeelden
-
arbeidsoverzichten of afspraken
-
verklaringen van getuigen
-
rapporten van de Arbeidsinspectie
-
interne stukken over het ongeval
Wat betekent dit voor jou
Deze rechtspraak laat zien dat de Staat niet zomaar kan wegkijken als een gedetineerde tijdens zijn werk letsel oploopt. Ook binnen detentie moeten arbeidsomstandigheden veilig zijn. En als dat niet zo is, kan aansprakelijkheid wel degelijk aan de orde zijn.
De belangrijkste boodschap is dan ook dat gedetineerden die tijdens hun werk gewond raken, hun zaak serieus moeten laten beoordelen. Niet alleen vanuit strafrechtelijk perspectief, maar ook civielrechtelijk. Juist daar ligt vaak nog een mogelijkheid om schade vergoed te krijgen.


