Sociaal verzekeringsrecht versus civiel recht: een urenbeperking in een letselschadezaak? 
maandag 23 mrt

Urenbeperking in letselschadezaken: waarom sociaal verzekeringsrecht niet volstaat

Na een ongeval verandert vaak alles. Niet alleen je werk, maar ook je energie, je dagelijks functioneren en je privéleven. In letselschadezaken is het daarom belangrijk om goed vast te stellen wat je nog wél kunt. Een van de lastigste onderdelen daarbij is de vraag: hoeveel uur kun je nog werken?

In de praktijk wordt daarvoor vaak gekeken naar het sociaal verzekeringsrecht. Maar dat systeem sluit niet goed aan op het civiele schadevergoedingsrecht. In deze blog leg ik uit waarom dat zo is en wat dit betekent voor jou als slachtoffer.

Verschil tussen twee systemen

Het sociaal verzekeringsrecht en het civiele recht hebben een ander doel.

Het sociaal verzekeringsrecht is een vangnet. Het kijkt of je nog kunt werken en in hoeverre je recht hebt op een uitkering. Daarbij staat je werk centraal, namelijk de functie die je had voordat je ziek werd.

Het civiele recht werkt anders. Daar draait het om volledige schadevergoeding. Je moet zoveel mogelijk worden teruggebracht in de situatie van vóór het ongeval. Dat betekent dat niet alleen werk telt, maar je hele leven:

  • je werk en inkomen

  • je huishouden

  • je sociale leven

  • je hobby’s en vrije tijd

Dit verschil is cruciaal. Waar het sociaal verzekeringsrecht kijkt naar arbeid, kijkt het civiele recht naar de mens als geheel.

Wat je nog kunt werken, zegt niet automatisch wat je nog aankunt in je leven als geheel.

Hoe urenbeperking wordt bepaald

Een verzekeringsarts beoordeelt of er sprake is van een urenbeperking. Dat gebeurt vaak aan de hand van de standaard Duurbelastbaarheid in Arbeid.

Daarbij wordt gekeken naar drie belangrijke situaties:

  • problemen met energie, zoals vermoeidheid of beperkte hersteltijd

  • preventieve redenen, bijvoorbeeld om terugval te voorkomen

  • verminderde beschikbaarheid, bijvoorbeeld door medische behandelingen

De uitkomst is het aantal uren dat iemand volgens de verzekeringsarts nog kan werken. Dit wordt vaak gezien als het maximaal haalbare.

In letselschadezaken wordt dit vervolgens gebruikt om te bepalen wat iemand nog kan verdienen. En dat heeft direct invloed op de hoogte van de schadevergoeding.

Waar het in de praktijk misgaat

Het probleem is dat deze beoordeling te beperkt is voor letselschadezaken.

In het sociaal verzekeringsrecht wordt nauwelijks gekeken naar wat iemand nog kan in het privéleven. Terwijl dat juist essentieel is in het civiele recht.

Stel je voor:

Je kunt volgens de verzekeringsarts nog vier uur per dag werken. Maar daarna ben je zo uitgeput dat je niets meer kunt:

  • je kunt niet meer voor je gezin zorgen

  • je hebt geen energie voor sociale contacten

  • je hobby’s vallen weg

  • je dagelijkse zelfzorg komt onder druk te staan

Formeel kun je dan “werken”. Maar feitelijk functioneer je nauwelijks meer in je leven als geheel.

Toch wordt dit in de praktijk vaak niet meegenomen in de beoordeling.

Wat zegt de rechtspraak

Uit de rechtspraak blijkt dat rechters zich bewust zijn van dit probleem.

In sommige zaken oordeelt de rechter dat het oordeel van de verzekeringsarts niet één op één kan worden overgenomen. Bijvoorbeeld omdat:

  • alleen naar werk is gekeken en niet naar het totaalplaatje

  • onvoldoende rekening is gehouden met vermoeidheid en pijn

  • de beoordeling te veel een momentopname is

Tegelijkertijd zijn er ook uitspraken waarin de rechter de verzekeringsarts juist volgt, zelfs als duidelijk is dat werk en privé met elkaar botsen.

Dat maakt de uitkomst in dit soort zaken onzeker.

Waarom dit voor jou belangrijk is

Als slachtoffer wil je niet alleen maximaal werken. Je wilt je leven zoveel mogelijk terugkrijgen zoals het was.

Daar hoort ook bij:

  • energie voor je gezin

  • ruimte voor sociale contacten

  • mogelijkheid tot ontspanning

  • zelfstandig functioneren in het dagelijks leven

Als je al je energie moet inzetten om te werken, blijft er niets over voor de rest van je leven. En dat staat haaks op het uitgangspunt van het civiele recht.

Een bredere kijk op belastbaarheid

Daarom is het belangrijk om de beoordeling van urenbeperking breder te maken.

Niet alleen kijken naar werk, maar naar de balans tussen werk en privé. Oftewel: wat is voor jou een haalbare en gezonde verdeling van je energie?

Een verzekeringsarts zou daarom ook vragen moeten beantwoorden zoals:

  • wat gebeurt er in je privéleven als je minder gaat werken

  • wat gebeurt er als je juist méér gaat werken

  • welke impact heeft werk op je dagelijks functioneren

Deze vragen zorgen ervoor dat jouw situatie als geheel wordt bekeken, en niet alleen je arbeidsvermogen.

Wat betekent dit voor slachtoffers

De belangrijkste les is dat een urenbeperking uit het sociaal verzekeringsrecht niet automatisch leidend is in een letselschadezaak.

Het gaat niet alleen om wat je kán, maar om wat redelijk en haalbaar is in jouw totale leven.

Daarom is het belangrijk om goed te onderbouwen:

  • hoe je vóór het ongeval functioneerde

  • wat er na het ongeval is veranderd

  • hoe werk je privéleven beïnvloedt

  • waar je grenzen liggen

Alleen dan kan echt recht worden gedaan aan jouw situatie.

Wat betekent dit voor jou

Een discussie over urenbeperking heeft grote invloed op je schadevergoeding. Het bepaalt immers hoeveel je nog zou kunnen verdienen.

Laat daarom niet alleen kijken naar standaardmodellen, maar naar jouw persoonlijke situatie.

Bij AVB Law kijken we altijd naar het totaalplaatje. Want herstel is meer dan werken alleen.