Affectieschade bij ernstig en blijvend letsel: een overzicht vanuit de rechtspraak
maandag 23 mrt

Affectieschade bij ernstig letsel

Sinds 1 januari 2019 kunnen naasten en nabestaanden in bepaalde gevallen een vergoeding krijgen voor affectieschade. Dat is een vergoeding voor het verdriet en leed dat zij ervaren doordat een dierbare overlijdt of ernstig en blijvend letsel oploopt. In de praktijk blijkt vooral dat laatste criterium lastig: wanneer is letsel nu precies ernstig én blijvend genoeg?

Uit de rechtspraak die in deze publicatie wordt besproken, komt een duidelijke lijn naar voren. Niet zozeer de ernst van het letsel is meestal het grootste struikelblok, maar vooral de vraag of het letsel al als blijvend kan worden aangemerkt. En juist daar lopen veel vorderingen op stuk, vooral in strafzaken.

Wat is affectieschade

Affectieschade is geen vergoeding voor financiële schade, maar voor immaterieel leed. Het gaat om het verdriet dat naasten ervaren wanneer iemand met wie zij een hechte band hebben ernstig gewond raakt of overlijdt. De wet werkt met een vaste groep gerechtigden en met vaste bedragen.

Niet iedereen komt automatisch in aanmerking. De wet noemt bijvoorbeeld echtgenoten, geregistreerde partners, levensgezellen, ouders en kinderen. Broers en zussen vallen niet standaard binnen deze kring, al kan in uitzonderlijke gevallen een beroep worden gedaan op de hardheidsclausule.

De vergoeding is forfaitair. Dat betekent dat met vaste bedragen wordt gewerkt. De discussie gaat daarom in procedures meestal niet over de hoogte van de vergoeding, maar over de vraag of aan de wettelijke voorwaarden is voldaan.

“Voor het slachtoffer en diens naasten zou er meer ruimte moeten zijn voor een op het blijvende karakter ‘vooruitlopende toets’, vooral wat de blijvende psychische klachten betreft.”

Het moeilijke criterium

De wetgever heeft geprobeerd enige richting te geven aan het begrip ernstig en blijvend letsel. Daarbij is genoemd dat een functiestoornis van 70 procent of meer een belangrijke aanwijzing kan zijn. Dat percentage is niet absoluut, maar wel richtinggevend. Ook bij een lager percentage kan sprake zijn van ernstig letsel, bijvoorbeeld bij ernstige gedragsveranderingen, zwaar geheugenverlies, ernstige afasie of een situatie waarin iemand vrijwel volledig afhankelijk wordt van intensieve zorg.

Voor het blijvende karakter geldt dat het vooruitzicht op betekenisvol herstel moet ontbreken. En daar ontstaat in de praktijk het probleem. In veel zaken is op het moment van de strafzitting nog geen medische eindsituatie bereikt. Dan is nog niet duidelijk of klachten blijvend zullen zijn. Strafrechters oordelen vervolgens vaak dat nader onderzoek te ingewikkeld is voor het strafproces en verklaren de vordering niet ontvankelijk.

Wat laat de rechtspraak zien

In de onderzochte rechtspraak kwamen vooral strafzaken naar voren. Van de geselecteerde uitspraken werd maar een klein deel toegewezen. In de meeste zaken strandde de vordering op het ontbreken van voldoende duidelijkheid over het blijvende karakter van het letsel.

Bij psychisch letsel is de drempel in de rechtspraak tot nu toe bijzonder hoog. In zaken waarin sprake was van PTSS, paniekaanvallen, slaapproblemen en ernstige psychische ontregeling na geweld of seksueel misbruik, werden vorderingen vaak niet ontvankelijk verklaard. Rechters oordeelden dan dat nog niet vaststond dat het letsel blijvend was, of dat nadere bewijslevering het strafproces te veel zou belasten.

Ook bij zwaar lichamelijk letsel ging het regelmatig mis. Denk aan steekwonden, oogletsel, schedelbreuken, hersenletsel of schotwonden. Zelfs als duidelijk was dat het letsel ernstig was, volgde niet altijd toewijzing. Vaak overwoog de rechter dat nog niet kon worden vastgesteld in hoeverre het letsel blijvend zou zijn.

Toewijzing vond met name plaats in de meest ernstige gevallen, bijvoorbeeld bij blijvend hersenletsel, halfzijdige verlamming, ernstige bewustzijnsstoornissen, volledige hulpbehoevendheid of permanente hersenbeschadiging waardoor 24 uur per dag zorg nodig was. In die situaties ontbrak ieder reëel uitzicht op herstel.

Waarom dit voor slachtoffers wringt

Voor naasten voelt dit juridisch strenge onderscheid vaak moeilijk te begrijpen. Juist in de eerste periode na een ernstig incident is de impact op het gezin enorm. Het dagelijkse leven verandert ingrijpend, ook als artsen nog geen definitieve medische eindtoestand kunnen vaststellen.

De publicatie laat zien dat rechters in de praktijk sterk focussen op het slachtoffer zelf en op de medische status van diens letsel. Minder aandacht is er voor de gevolgen voor naasten, terwijl dat juist de kern van affectieschade is. Ook daardoor blijft de toepassing van de regeling in de praktijk beperkt.

Seksueel misbruik vraagt aandacht

Bijzonder relevant is wat in de publicatie wordt opgemerkt over seksueel misbruik. Psychische klachten na seksueel misbruik worden in de rechtspraak nog niet snel aangemerkt als ernstig en blijvend letsel in de zin van affectieschade. Dat leidt ertoe dat naasten vaak met lege handen staan.

Dat is opvallend, omdat wetenschappelijk onderzoek juist laat zien dat seksueel misbruik vaak langdurige en ernstige psychische schade veroorzaakt, zoals chronische PTSS, depressieve klachten, persoonlijkheidsproblematiek en ernstige verstoringen in relaties en lichamelijk contact. De gevolgen kunnen een leven lang doorwerken, ook al is dat in een vroeg stadium nog niet volledig medisch uitgekristalliseerd.

Daarom is de oproep in deze publicatie terecht: in dit soort zaken zou meer ruimte moeten bestaan voor een vooruitlopende toets. Niet pas als alles medisch definitief vaststaat, maar wanneer op basis van de feiten en beschikbare informatie al aannemelijk is dat sprake zal zijn van blijvend letsel.

Wat betekent dit voor de praktijk

De belangrijkste les uit deze rechtspraak is dat het criterium blijvend vaak doorslaggevend is. Dat maakt affectieschade in strafzaken lastig afdwingbaar, juist omdat die procedures vaak eerder plaatsvinden dan het moment waarop de medische situatie duidelijk is.

Voor slachtoffers en hun naasten betekent dit dat goede medische onderbouwing belangrijk blijft. Tegelijk laat deze ontwikkeling ook zien dat de huidige praktijk nog niet altijd goed aansluit bij het doel van de wet: erkenning bieden aan mensen van wie het leven ingrijpend is veranderd door ernstig letsel van een dierbare.

Wat betekent dit voor naasten

De wet affectieschade is bedoeld als erkenning van verdriet en verlies. In de rechtspraak blijkt die erkenning nog vaak afhankelijk van de vraag of het blijvende karakter van het letsel al voldoende vaststaat. Vooral bij psychisch letsel en bij seksueel misbruik wringt dat. Juist daar zou meer ruimte mogen ontstaan voor een beoordeling die niet alleen kijkt naar medische eindtoestanden, maar ook naar de concrete gevolgen voor slachtoffers en hun naasten.